Lowlands en het digitale tijdperk: we komen in de buurt
Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image
Scroll naar boven

Boven

Lowlands en het digitale tijdperk: we komen in de buurt

Lowlands en het digitale tijdperk: we komen in de buurt
Paul Gersen

Muziekfestivals waren jarenlang een ondergeschoven kindje als het gaat om technologische vooruitgang. Tentje mee, paar blikken bier, muntjes in de zak en je oude mobieltje mee: je hebt tenslotte toch geen bereik. Langzaamaan komt daar verandering in. Draadbreuk was op Lowlands, zag dat het met stapjes beter gaat, maar ook dat we er nog niet zijn.

Ik vierde dit jaar een klein jubileumpje op Lowlands. Het was mijn tiende editie, de eerste keer was in 2002. Als achttienjarig pikkie liep ik daar rond, in mijn veel te wijde broek, bandshirtje en Nokia 3310 in mijn hand. Veel andere technologie had je toen nog niet op zak. Was ook niet nodig, want oplaadpunten waren er niet en ontvangstmasten veel te weinig. Bereik: nol komma nul. Raakte je elkaar kwijt, ging je na een optreden gewoon naar een vooraf afgesproken ontmoetingspunt. Links bij dat ene biertentje, dat werk. En dan een halfuur wachten totdat iedereen weer van alle uithoeken van het veld het punt had gevonden.

Meteen beetje fantasie is alles mogelijk

We hebben met z’n allen de afgelopen jaren een digitale revolutie meegemaakt. Mobieltjes werden smartphones, tablets kwamen om de hoek kijken, goede compactcamera’s deden hun intrede en bijna overal waar je bent heb je toegang tot mobiel internet. Combineer dat laatste met gps en de mogelijkheden zijn legio. Apps genoeg die je vertellen waar je bent (geweest) en ook mobiel betalen begin een beetje op te komen. Of eigenlijk: met een beetje fantasie is zo goed als alles mogelijk met de apparaten die we altijd op zak hebben.

Analoge bende

Op festivals leek de tijd echter stil te staan: wat een analoge bende was het daar. Liep je daar met je splinternieuwe iPhone 3G, kreeg je nog niemand te pakken. En aangezien smartphones binnen een dag een lege accu hebben, was je op dag twee alweer bereikloos. Betalen? Met muntjes. En dan thuiskomen en er nog vijf ergens in je zak vinden. Dronken over het terrein heen waggelen en de volgende dag niet meer weten wat je hebt gezien: het was lange tijd een drama.
Maar langzamerhand wordt er op de Lowlandsen en Pinkpoppen van Nederland steeds meer ingespeeld op het digitale tijdperk. Het gaat de goede kant op, maar we zijn er nog niet. Deze vier trends vielen me op.

Er is bijna bereik!

Stel: je bent op Lowlands en hebt een vriendengroep met een nogal uiteenlopende smaak. Met meer dan honderd acts en meer dan tien podia ga je dan al gauw op gezette tijden je eigen route bepalen. Drie uur lang naar singer/songwriter-geneuzel luisteren omdat een maat dat zo graag wil, dat doe je natuurlijk niet. Dus pak je even die vette band verderop en zie je elkaar daarna wel weer. Vroeger was dat zonder ontmoetingspunt ondoenlijk. Tegenwoordig kun je elkaar met je smartphone bereiken, maar dan moet je wel bereik hebben. Pluspunt: het wordt steeds beter! Dit jaar kon ik op het drukke festivalterrein zowaar mensen contacten. Goed, daarvoor moest ik wel vier over en weer bellen, voordat er echt een gesprek kon plaatsvinden. WhatsAppjes deden er vaak een halfuur over voordat ze aankwamen. Al jaren roept de festivalbezoeker dat er eens wat meer masten op de terreinen moeten worden geplaatst. Toegegeven: er zijn er ook meer dan voorheen, maar met 55.000 bezoekers blijft het gewoon lastig om de boel smooth te laten verlopen. Volgend jaar misschien nóg een paar paaltjes extra?

LowlandsDark

In het donker in de drukte: zie elkaar maar eens te vinden.

 

Hoera: we kunnen bijna goed opladen!

Hoe duur is elektriciteit? Eén muntje á €2,60 voor een volle telefoon? Nee, natuurlijk niet, maar op een festival ben je het al snel bereid te betalen. Want zonder telefoon lopen is toch een beetje als je grote teen missen: de natuurlijke balans is weg. Een paar jaar geleden deed het oplaadcentrum zijn intrede op de festivals. Daar kon je je telefoon inleveren, om hem een paar uur later met een volle accu weer op te halen. Nadeel: een hele tijd niet bereikbaar, een tijd van het festivalterrein af en twee keer in een idiote rij staan. Gelukkig is daar wat op gevonden: tegenwoordig kun je een accu van Pluggo huren, die je, als hij leeg is, gewoon terugbrengt. Dus hoef je nog maar één keer in de rij te staan en kan je telefoon gewoon gebruiken tijdens het batterij vullen. Maar goed, die accu’s laadt je smartphone dus maar voor driekwart op. We hebben er in totaal vier leeg getrokken in een weekend. Kom eens even met een betere oplader!

zo'n opladertje past wel lekker in je zak

zo’n opladertje past wel lekker in je zak

 

Binnenkort geen muntjes meer?

Muntjes om drank en voedsel te halen. Handig man! Rondjes halen gaat vlug en de rijen zijn niet zo lang. Maar gemiddeld raken er tijdens een festival zo’n vijf tot tien munten zoek in mijn zakken en op de dansvloer. Dit jaar was er in de press/guest-area van Lowlands (ja, daar mag ik als motherfucker gewoon naar binnen) een experiment, waarbij in het entreebandje om je arm een chip zat ingebouwd waar je zogenaamde tokens op kon zetten: digitale munten dus. Eerlijk is eerlijk: dat gaat best handig: het bestellen van pils gaat nog rapper, je ziet meteen hoeveel credits je nog hebt en je raakt geen munten meer kwijt. Op verschillende festivals, zoals het hippe Best Kept Secret, is het al ingevoerd. Lastige is: je kunt geen muntjes meer bij elkaar leggen en zo gemakkelijk een rondje halen. Bij Best Kept Secret kon je daar een speciaal pasje voor halen waar iedereen geld op kon zetten. En nee, dat deed dus bijna niemand. Toch is de trend wel interessant. Scheelt me toch zo een geeltje per festival.

Good old fashioned muntjes. En veul!

Good old fashioned muntjes. En veul!

 

I know where you’ve been

Als je meerdere festivals per jaar bezoekt en dat meer dan een decennium lang, wil je nog wel eens vergeten welke bands je door de jaren heen hebt gezien. Zeker als je bezoeken gepaard gaan met het nodige bierverbruik. Lowlands werkte bij hun meest recente editie samen met NEDAP. Je kon een speciaal bandje ophalen met een chip en bij ieder podium stond een meeting point. Even inloggen en er werd telkens netjes bijgehouden bij welk concert je was en met wie. Foto’s die je nam, werden zo bijgehouden en achteraf kreeg je een Spotify-playlist met acts die je had gezien. Ideaal voor de notoire vergeter en je hebt je herinneringen mooi op een rij, maar qua privacy is het natuurlijk discutabel. Wíl je eigenlijk wel dat iemand weet waar je bent geweest? Dat ergens in een archief staat dat je bij Kensington bent geweest, omdat dat je guilty peasure is. Op showcasefestival Eurosonic-Noorderslag hadden ze een paar jaar geleden eenzelfde soort systeem. Ik heb nog nooit zoveel mensen in de muziekbusiness ergens ophef over zien maken. Maar het kan, en dat is natuurlijk ook wat waard.

Fotocredits:
Header: underdutchskies via photopin cc
Muntjes: Eelke de Blouw via photopin cc
Ingang: Ruben Bos via photopin cc

Comments